Duur
4 jaar
Niveau
HBO
Vooruitzicht
Goed
Je week begint op maandag met een hoorcollege over materiaalkunde. Materiaalkunde betekent: je leert over stoffen en hoe ze gemaakt zijn. De docent legt uit wat het verschil is tussen katoen, polyester en nieuwe slimme textielsoorten. Slimme textiel is stof met technologie erin, zoals stof die temperatuur meet. Je maakt aantekeningen en stelt vragen. Daarna heb je zelfstudie: je leest verder voor een toets volgende week.
Op dinsdag werk je aan patroonontwerp. Patroonontwerp betekent: je tekent de vormen die je uitknipt om kleding te maken. Je doet dit eerst op papier, daarna in CAD-software op de computer. CAD-software is een computerprogramma waarmee je patronen tekent en aanpast. Je werkt samen met twee of drie medestudenten aan een gezamenlijk project. Op woensdag heb je een practicum confectietechniek. Confectietechniek is het naaien en in elkaar zetten van kleding op een professionele manier. Je werkt met naaimachines in het leslokaal.
Instellingen uit DUO Open Data. De exacte studienaam kan per instelling verschillen.